impara olandese  

Fai un viaggio in Olanda?
Impara le parole più importanti in olandese!


Qui trovi la traduzione delle 50 più importanti parole ed espressioni dall'olandese all'italiano, così da poterti preparare al meglio per il tuo viaggio in Olanda.
 
Impara con noi:

Imparare l'olandese »
 

 
Olandese Pacchetto Completo:
Sconto del %
Prezzo pieno:
Il tuo prezzo scontato:
 
          Vai all'offerta! »          

 

Saluti

 
Ciao! Hallo!
Hallo!Ciao!
Buongiorno! (sg./pl.) Goedemorgen!
Goedemorgen!Buongiorno! (sg./pl.)
Buongiorno! (sg./pl.) Goedendag!
Goedendag!Buongiorno! (sg./pl.)
Buonasera! (sg./pl.) Goedenavond!
Goedenavond!Buonasera! (sg./pl.)
Buonanotte! (sg./pl.) Goedenacht!
Goedenacht!Buonanotte! (sg./pl.)
Ciao! (informale) Dag!
Dag!Ciao! (informale)
Arrivederci! (formale) Tot ziens!
Tot ziens!Arrivederci! (formale)

Lessico fondamentale

 
sì ja
ja
no nee
neeno
forse misschien
misschienforse
Ok ok
okOk
Grazie! Bedankt!
Bedankt!Grazie!
Prego! (di niente) Graag gedaan!
Graag gedaan!Prego! (di niente)
Scusa ... / Scusate ... (sing./pl.) Sorry, ...
Sorry, ...Scusa ... / Scusate ... (sing./pl.)
Mi dispiace. Het spijt me.
Het spijt me.Mi dispiace.
Ho ... (Non ho) ... Ik heb ... / Ik heb geen ...
Ik heb ...
Ik heb geen ...
Ho ... (Non ho) ...
Abbiamo (Non abbiamo) ... Wij hebben ... / Wij hebben geen ...
Wij hebben ...
Wij hebben geen ...
Abbiamo (Non abbiamo) ...
C'è (Non c'è) ... Er is ... (Er is geen ...) / Er zijn ... (Er zijn geen ...)
Er is ... (Er is geen ...)
Er zijn ... (Er zijn geen ...)
C'è (Non c'è) ...

Presentarsi

 
Mi chiamo ... Ik heet ...
Ik heet ...Mi chiamo ...
Io vengo ... Ik kom ...
Ik kom ...Io vengo ...
Ho ... anni. Ik ben ... jaar.
Ik ben ... jaar.Ho ... anni.
Sono sposato/a. / Non sono sposato/a. Ik ben getrouwd. / Ik ben nietgetrouwd.
Ik ben getrouwd.
Ik ben nietgetrouwd.
Sono sposatoă. / Non sono sposatoă.
Viaggio da solo. / Non viaggio da solo. Ik reis alleen. / Ik reis niet alleen.
Ik reis alleen.
Ik reis niet alleen.
Viaggio da solo. / Non viaggio da solo.
Viaggio con ... Ik reis samen met ...
Ik reis samen met ...Viaggio con ...

Comprensione

 
Non parlo olandese. Ik spreek geen Nederlands.
Ik spreek geen Nederlands.Non parlo olandese.
Non lo capisco. Dat begrijp ik niet.
Dat begrijp ik niet.Non lo capisco.
Parla ... ? Spreekt u ...?
Spreekt u ...?Parla ... ?
Qualcuno qui parla ...? Spreekt hier iemand ...?
Spreekt hier iemand ...?Qualcuno qui parla ...?
inglese Engels
Engelsinglese
francese Frans
Fransfrancese
Per piacere se lo scriva. Kunt u dat alstublieft opschrijven?
Kunt u dat alstublieft opschrijven?Per piacere se lo scriva.
Per piacere lo ripeta. Kunt u dat alsublieft herhalen?
Kunt u dat alsublieft herhalen?Per piacere lo ripeta.
Un momento, per piacere. Eén moment alstublieft.
Eén moment alstublieft.Un momento, per piacere.

Numeri

 
zero nul
nulzero
uno één
éénuno
due twee
tweedue
tre drie
drietre
quattro vier
vierquattro
cinque vijf
vijfcinque
sei zes
zessei
sette zeven
zevensette
otto acht
achtotto
nove negen
negennove
dieci tien
tiendieci
undici elf
elfundici
dodici twaalf
twaalfdodici
tredici dertien
dertientredici
quattordici veertien
veertienquattordici
quindici vijftien
vijftienquindici
sedici zestien
zestiensedici
diciassette zeventien
zeventiendiciassette
diciotto achttien
achttiendiciotto
diciannove negentien
negentiendiciannove
venti twintig
twintigventi
ventuno éénentwintig
éénentwintigventuno
trenta dertig
dertigtrenta
quaranta veertig
veertigquaranta
cinquanta vijftig
vijftigcinquanta
sessanta zestig
zestigsessanta
settanta zeventig
zeventigsettanta
ottanta tachtig
tachtigottanta
novanta negentig
negentignovanta
cento honderd
honderdcento
mille duizend
duizendmille
un milione één miljoen
één miljoenun milione
un paio een paar
een paarun paio