belangrijkste woorden in het braziliaans  

Gaat u op reis naar Brazilië?
– Leer de belangrijkste woorden in het braziliaans!


Hier vindt u de vertalingen van meer dan 50 belangrijke uitdrukkingen en woorden in het braziliaans.
Daarmee bent u goed voorbereid op uw reis naar Brazilië.
 
Leer met ons:

Braziliaans leren »
 
 
Braziliaans-Totaalpakket:
% Korting
Normale prijs:
Nu bestellen voor:
 
          Aanbieding »          

 

Begroeting

 
Hallo! Oi!
Oi!Hallo!
Goedemorgen! Bom-dia!
Bom-dia!Goedemorgen!
Goedendag! Boa-tarde!
Boa-tarde!Goedendag!
Goedenavond! Boa-noite!
Boa-noite!Goedenavond!
Welterusten! (m/v) Boa-noite!
Boa-noite!Welterusten! (m/v)
Dag! (informeel) Tchau!
Tchau!Dag! (informeel)
Tot ziens! (formeel) Adeus!
Adeus!Tot ziens! (formeel)

Belangrijke woordenschat

 
ja sim
simja
nee não
nãonee
OK ok
okOK
Bedankt! Obrigado!/ Obrigada!
Obrigado!/ Obrigada!Bedankt!
Graag gedaan! (m/v) De nada! (Com prazer.)
De nada! (Com prazer.)Graag gedaan! (m/v)
Sorry,... Me desculpe ...
Me desculpe ...Sorry,...
Het spijt me. (m/v) Sinto muito.
Sinto muito.Het spijt me. (m/v)
Ik heb (ik heb geen) ... Eu tenho .../ Eu não tenho ...
Eu tenho .../ Eu não tenho ...Ik heb (ik heb geen) ...
Wij hebben (wij hebben geen) ... Nós temos .../ Nós não temos ...
Nós temos .../ Nós não temos ...Wij hebben (wij hebben geen) ...
Er is (er is geen) ... / Er zijn ... (er zijn geen) ... Há .../ Não há ...
Há .../ Não há ...Er is (er is geen) ... / Er zijn ... (er zijn geen) ...

Zich voorstellen

 
Ik heet ... Eu me chamo ...
Eu me chamo ...Ik heet ...
Ik kom uit ... Eu venho da ...
Eu venho da ...Ik kom uit ...
Ik ben ... jaar oud. Eu tenho ... anos
Eu tenho ... anosIk ben ... jaar oud.
Ik ben (niet) getrouwd. (m/v) Eu (não) sou casado. / Eu (não) sou casada.
Eu (não) sou casado.
Eu (não) sou casada.
Ik ben (niet) getrouwd. (m/v)
Ik reis (niet) alleen. Eu (não) estou viajando sozinho./ Eu (não) estou viajando sozinha.
Eu (não) estou viajando sozinho./ Eu (não) estou viajando sozinha.Ik reis (niet) alleen.
Ik reis samen met ... Estou viajando com ...
Estou viajando com ...Ik reis samen met ...

Verstandhouding

 
Ik spreek geen Portugees. Eu não falo português.
Eu não falo português.Ik spreek geen Portugees.
Dat begrijp ik niet. (m/v) Eu não entendo.
Eu não entendo.Dat begrijp ik niet. (m/v)
Spreekt u ...? (m/v) Você fala ...?
Você fala ...?Spreekt u ...? (m/v)
Spreekt hier iemand ... ? Alguém fala aqui ...?
Alguém fala aqui ...?Spreekt hier iemand ... ?
Engels inglês
inglêsEngels
Frans francês
francêsFrans
Kunt u dat alstublieft opschrijven? Você pode anotar isso, por favor?
Você pode anotar isso, por favor?Kunt u dat alstublieft opschrijven?
Kunt u dat alstublieft herhalen? Você pode repetir, por favor?
Você pode repetir, por favor?Kunt u dat alstublieft herhalen?
Een moment alstublieft. Um momento, por favor.
Um momento, por favor.Een moment alstublieft.

Getallen

 
nul zero
zeronul
één um
uméén
twee dois
doistwee
drie três
trêsdrie
vier quatro
quatrovier
vijf cinco
cincovijf
zes seis
seiszes
zeven sete
setezeven
acht oito
oitoacht
negen nove
novenegen
tien dez
deztien
elf onze
onzeelf
twaalf doze
dozetwaalf
dertien treze
trezedertien
veertien quatorze
quatorzeveertien
vijftien quinze
quinzevijftien
zestien dezesseis
dezesseiszestien
zeventien dezessete
dezessetezeventien
achttien dezoito
dezoitoachttien
negentien dezenove
dezenovenegentien
twintig vinte
vintetwintig
eenentwintig (20+1) vinte e um
vinte e umeenentwintig (20+1)
dertig trinta
trintadertig
veertig quarenta
quarentaveertig
vijftig cinquenta
cinquentavijftig
zestig sessenta
sessentazestig
zeventig setenta
setentazeventig
tachtig oitenta
oitentatachtig
negentig noventa
noventanegentig
honderd cem
cemhonderd
duizend mil
milduizend
één miljoen um milhão
um milhãoéén miljoen
een paar um par
um pareen paar